Aantal bezoekers vandaag: 2644
“De modder en het zand zitten OVERAL.” De Nederlandse equipe in de monsterrally Peking-Parijs heeft een mooie, maar zware eerste week overleefd. Na de start bij de Chinese muur ging de reis voor Maarten Hoeben en Jeroen Bruintjes naar de hoogvlakte van Buiten-Mongolië. Inmiddels doorkruisen ze de Gobi-woestijn met hun Lagonda 3-Litre Special.
Op de eerste dag moest de Lagonda met het Chinese geluksgetal 28 zich nog door het hectische verkeer banen – met een hoofdrol voor de waanzinnige Chinese vrachtwagenchauffeurs. Daarna verlieten de deelnemers de snelweg om over binnenweggetjes naar de eerste stop in Daihai te rijden. De tweede dag reden ze de hoogvlakte op die de aanzet vormt tot de Gobi-woestijn: een vrijwel kaarsrechte weg door het niets, op weg naar de grensplaats Erenhot. “De leegte is overweldigend”, schreef Jeroen die avond. “Met de bergen verdwijnen namelijk ook de bomen, de muggen en vrijwel alle mensen. Onder de strakblauwe hemel kijk je over een oceaan van land.”
Het enige struikelblok was een overkokende radiator, een probleem dat werd verholpen door het rallyschild te demonteren. Op dag 3, de eerste in Mongolië, zou dat een luxeprobleem blijken. Maarten en Jeroen begonnen de 240 kilometer naar het dorpje Sainshand te voorzichtig, waardoor ze pas laat in de avond arriveerden. “Om 19.00 ging de zon onder en toen moesten we nog 60 kilometer. Rond 21.45 kwamen we pas aan in het tentenkamp. Die uren van wroetend navigeren door de woestijnnacht, over de meest verraderlijke zandwegen ter wereld, in een auto die de vlammen uit de uitlaat spatte, die vergeten we nooit meer.”
Overal modder en zand
De vierde dag, van Sainshand naar Ulanbator, ging verrassend goed, ook al ging het bijna 500 kilometer over “zandwegen, rotswegen, modderwegen, stofwegen en kuilen. Heel veel kuilen.” Het sloopte de rubberen koppeling op de pas gereviseerde startmotor, waardoor het duo vanaf dat moment moet zwengelen om te starten. Vervuilde Mongoolse benzine gaf nog meer problemen, zodat de equipe uiteindelijk op de reservetank de Mongoolse hoofdstad haalde.
Ulanbator bracht een hotelbed en een rustdag, die voor de meeste teams een sleuteldag werd. Ook voor Maarten en Jeroen, die onder de Lagonda mediteerden door de achteras te verstevigen en daarna de auto schoon te maken. “De modder en het zand zaten OVERAL.” En natuurlijk die benzine: “Vanochtend heeft een monteur van de organisatie geholpen om de hoofdtank leeg te halen en de brandstof te filteren. De benzine die eruit kwam, was zwart in plaats van goudkleurig. Dat soort meuk komt hier dus gewoon uit de pomp.”
Van de hemel in de hel
Maar dan: vijf dagen Gobi-woestijn en overnachten in een yurt, de traditionele Mongoolse tent. Twee dagen hebben ze inmiddels achter de rug. De eerste rit naar Kharkhorin bracht euforie: “Het was een geweldige dag. De rit was zó mooi. De Lagonda doet het fantastisch op de onverharde woestijnwegen. Gierend van de pret hoekten we de oude dame door wolken stof.” Maar de dag erna, naar Tariat, overheerste de wanhoop: “Vandaag was een hel van een dag. De etappe ging over de slechtste onverharde wegen die je ooit hebt gezien. Alles trilt los, alles gaat uiteindelijk kapot. En dat maakt je murw. Dan weer trilt het stuur los, dan weer gaat een bougiekabel stuk. Kleine dingetjes, maar mán, wat word je er moe van. ‘s Ochtends voel je nog de adrenaline, maar ‘s middags alleen nog maar irritatie over het zoveelste gat in de weg.”
De mannen beginnen vandaag aan hun tweede week Peking-Parijs. Nog drie helse dagen Gobi voor de boeg, daarna wachten een stukje Siberië en het eindeloos grote Kazachstan. Op 25 september komen op de route pas de eerste tekenen van beschaving in zicht: de Centraal-Aziatische boomtown Almaty, met twee welverdiende rustdagen.
Avontuur bestaat nog. Volg het op 9000mijl.nl.