Aantal bezoekers vandaag: 2706
Begin september betrapte onze fotograaf als eerste het nieuwe model van Saker op het circuit van Assen. Iets meer dan een maand na die primeur heeft het Nederlandse sportwagenmerk het doek van de nieuwe modellen getrokken. De Rapx en de Sniper zijn de nieuwste Sakers, exclusief bestemd voor circuitgebruik.Niet alleen het uiterlijk van de auto’s is aangepast, ook het gewicht is lager. De nieuwe body bestaat namelijk uit minder onderdelen dan de oude en bovendien zijn de onderdelen lichter.
De techniek is niet spectaculair gewijzigd. De motor is onveranderd afkomstig van Subaru. Wel is het nu mogelijk om die motor te koppelen aan een sequentiële versnellingsbak. Door het lagere gewicht, de sequentiële bak en enkele andere wijzigingen zijn de auto’s echter wel veel sneller geworden. Hoewel er nog geen officiële tijden bekend zijn, is al duidelijk dat er per ronde drie tot vier seconden winst behaald kan worden.
De reacties van de aanwezige klanten waren in ieder geval enthousiast. Nadat het doek van de nieuwe Sakers was getrokken, was binnen 10 tellen de eerste auto verkocht aan een klant die met de woorden ‘doe mij er maar één’ naar voren kwam om zijn handtekening te zetten.
Volgens Huub Vermeulen, de race-organisator die sinds 1967 actief is in de autosport, maakte hij in ieder geval een goede keus. Vermeulen was bij de presentatie aanwezig en liet weten dat wat hem betreft een Saker dé keus is voor mensen die een trackday- of raceauto zoeken. “Amateursport heeft de toekomst. Meer dan 99,5 procent van de sporters is amateur en minder dan een half procent haalt de top. Mensen moeten niet zeuren over die top, maar gewoon lekker in de amateursport blijven en daar leuke dingen doen. Dit is daar de perfecte auto voor.”
Vermeulen legde ook nog even uit waarom een Saker volgens hem zo leuk is. “Als je er het geld voor hebt, kun je ook andere auto’s kopen. Een Spyker bijvoorbeeld. En dan? Je hebt ook mensen die doordeweeks hele belangrijke dingen doen en zich dan in het weekend willen ontspannen. Die willen dan zitten te schudden in hun auto en dan kopen ze een Donkervoort. Of ze gaan Bugatti’s verzamelen omdat iedereen dat doet. Waarom zou je niet een auto kopen waar je op het circuit veel plezier mee kunt beleven?”
Wie vindt dat Vermeulen gelijk heeft, moet minimaal 47.950 euro overmaken aan de fabrikant uit Etten-Leur. Voor dat bedrag krijg je de open versie. Wie liever een dak boven zijn hoofd heeft, is 2.000 euro duurder uit.