Aantal bezoekers vandaag: 2680
Al sinds 1939 wordt er in Zandvoort geracet. Het circuit was er nog niet, maar dat mocht de pret niet drukken. In 1948 werd het circuit geopend. Voor een groot deel is het huidige circuit nog gelijk aan het oorspronkelijke circuit, dus velen kunnen het. Toch zijn er altijd weer mensen voor wie het circuit nieuw is. Daarom: de ideale lijn op Zandvoort.Het circuit dat in 1948 werd geopend, is voor een belangrijk deel gelijk aan het huidige circuit. Als je oude filmbeelden van het circuit bekijkt, zie je allerlei bekende bochten terug: de Tarzanbocht, de Gerlachbocht, het Scheivlak. Toch zul je ook verschillen zien. De Slotemakerbocht bestond vroeger niet, maar die had alleen een andere naam.
Belangrijker zijn de verschillen in de tweede helft van het circuit. Vroeger had je daar de Panoramabocht, Tunnel Oost en Bos Uit. In 1999 werd dat deel van het circuit ingrijpend veranderd. Als je naar de video’s kijkt van Lauda, Prost en Senna die over het Nederlandse circuit razen - de Formule 1 was in 1985 voor het laatst op Zandvoort - zie je dat de tweede helft van het circuit het snelste deel is. Nu is dat deel juist het minst snel.
De Tarzanbocht is niet zo ingewikkeld
We starten onze ronde in de pitstraat. We stappen in de grijze Audi RS 5 en starten de motor. Met 450 pk is de Audi snel op tempo. Dat komt goed uit, want op het rechte stuk kunnen snelheden tot 230 km/h worden bereikt, dus het is niet verstandig om met een slakkegangetje in te voegen. Ook als je snel op tempo bent, is het echter belangrijk om rechts te houden bij het verlaten van de pitstraat. Vervolgens neem je in de Tarzanbocht de binnenbocht en ga je pas daarna op de ideale lijn rijden.
Als je niet uit de pitstraat komt, is de lijn in de Tarzanbocht natuurlijk anders. Je houdt dan links, remt zo’n 100 meter voor de bocht en vervolgens stuur je zo laat mogelijk in. De apex ligt op ongeveer driekwart van de bocht. Belangrijk daarbij is dat je de kerbstones aan de binnenkant niet raakt, want die zijn kolossaal hoog. Na de apex laat je de auto rustig naar buiten lopen, over de kerbstones aan de linkerkant van de baan.
Klinkt eenvoudig, niet waar? Maar vergis je niet, hier begint het pas. Dat zegt ook
Gijs van Lennep, die we onlangs interviewden: ‘Kijk, Tarzanbocht is Tarzanbocht, dat is allemaal niet zo ingewikkeld.’ Het spektakel begint pas daarna.
De volgende bocht is de Gerlachbocht. Die bestaat uit een knikje naar links, gevolgd door een bocht naar rechts. Dat knikje neem je in de vierde versnelling, de bocht in drie. Dat betekent dat je tussen die knik en de bocht in een rechte lijn moet rijden om te remmen en terug te schakelen. De bocht naar rechts die dan komt, is verraderlijk. Het camber verandert in die bocht, waardoor veel mensen door overstuur verrast worden. De allereerste ronde van coureur Tom Coronel op Zandvoort was daardoor in de tweede bocht al afgelopen.
Exit speed is belangrijk
De Hugenholtzbocht gaat naar links, maar aansnijden vanaf rechts is een slecht idee. In een wedstrijd zal iedereen je dan binnendoor voorbijkomen, maar ook tijdens een trackday is het geen goed plan. De boarding staat dan namelijk intimiderend dichtbij.
Ook als je de Hugenholtz vanuit het midden aansnijdt, kun je de bocht goed nemen. Dat is belangrijk, want het is een van de belangrijkste bochten van het circuit. Exit speed is hier namelijk belangrijk, want na de bocht ga je direct omhoog. Als je de bocht verkeerd neemt, verlies je dus veel tijd. Het geheim is om de apex laat aan te snijden en daarna zoveel mogelijk volgas de auto uit laten lopen naar rechts, de Hunserug op.
Als je de Hunserug opgaat, blijf je met de meeste auto’s een flink stuk volgas rijden. Met de 450 pk sterke RS 5 doen we dat vandaag niet, maar in principe kan het met de meeste auto’s wél. De knik naar links en de knik naar rechts lijken op de plattegrond van het circuit nauwelijks de moeite waard, maar laat je er niet door verrassen: ze zijn scherper dan je denkt.
Zowel in de knik naar links als in de knik naar rechts moet je de kerbstones aantikken. Als je dat niet doet, moet je nog bijsturen in de remzone voor het Scheivlak. Omdat het asfalt daar ook nog omlaag buigt, is dat echter niet eenvoudig. Het is dus beter om dit te voorkomen.
Op het hele stuk vanaf de Hunserug is het belangrijk om in je spiegels te blijven kijken. Omdat je het hele stuk volgas rijdt, kunnen de snelheidsverschillen hier aanzienlijk zijn.
De enige bocht ter wereld met een eigen fanclub
Na de Hunserug en de Slotemakerbocht komt de mooiste bocht van het circuit, het Scheivlak. Misschien is dit wel de enige bocht ter wereld met een eigen fanclub. Als je bovenop het duin bent na de Slotemakerbocht kun je het Scheivlak zien - of eigenlijk niet zien, want het is een blinde bocht.
Net als bij de Hugenholtzbocht geldt dat je bij deze bocht niet de ideale lijn rijdt omdat het teveel foutmarge wegneemt. Normaal gesproken zou je deze rechtsbocht vanaf links aansnijden, maar je doet dat hier niet. Iets links van het midden is ver genoeg naar links. Als je je dan verremt, heb je nog genoeg asfalt over om je fout te herstellen. Bovendien is de bocht vanaf dit punt net zo snel te nemen. Vervolgens stuur je in en probeer je het stuur in één stand te houden tot het einde van de bocht. De apex ligt aan het eind van de kerbstones, over de witte lijn heen.
De volgende bocht is de Mastersbocht, het begin van het ‘nieuwe’ deel van het circuit. In deze bocht kun je als beginner veel tijd winnen, want vrijwel iedereen neemt deze bocht in het begin te langzaam. Bij het uitkomen van deze bocht is er aan de linkerkant veel ruimte, wat betekent dat je de bocht vroeger in kunt sturen dan je denkt. De kerbstones aan de binnenkant pak je flink mee, desnoods met vier wielen. Vóór de kerbstones kun je alweer op het gas. Je zult zien dat je dan vanzelf aan de linkerkant van de baan uitkomt. Niet vergeten te blijven sturen, want het stuk asfalt tot de volgende bocht buigt heel flauw naar rechts.
Bochtencombinatie bepalend voor rondetijd
De bochtencombinatie die volgt is lastig, maar ook bepalend voor je rondetijd. De Wilgenhaegebocht en Bocht 8 zijn twee opeenvolgende bochten waar de merkwaardigste lijnen worden gereden, maar waar exit speed weer het toverwoord is. Na de tweede bocht ga je omhoog, tegen de duinen, een recht stuk op naar de volgende bocht. Als beginnende trackdayrijder kun je in deze sectie door veel te oefenen secondes winnen.
De Wilgenhaegebocht is een vrij krappe bocht naar rechts, waar mensen zich regelmatig in allerlei bochten moeten wringen om op de baan te blijven. Voor trackdays is de beste methode om vóór de bocht iets naar binnen te gaan, naar het midden van de baan. Omdat het asfalt flauw naar rechts buigt, geeft dat je de gelegenheid om in een rechte lijn te remmen. Vervolgens stuur je laat in, richting de apex op driekwart van de bocht. Bij droog weer pak je de kerbstones mee, om daarna de auto weer naar buiten te laten lopen, maar niet te ver.
Vrijwel meteen volgt namelijk de volgende bocht, Bocht 8. Die moet je rechts beginnen, laat insturen, naar de apex op driekwart van de bocht en vervolgens volledig gebruikmaken van de ruime uitloopruimte aan de rechterkant van de bocht. De bocht aansnijden vanaf rechts doe je overigens alleen op trackdays, want als je het in een race doet is de kans te groot dat je binnendoor wordt ingehaald.
Na de bocht volgt een kort recht stuk, dat eerst omhoog gaat en vervolgens omlaag. De remzone ligt op dat aflopende stuk, dus je voorwielen zullen eerder blokkeren. Als dat gebeurt, kom je remweg tekort. Het is dus belangrijk om op het goede punt te remmen. Moeilijk is dat niet, want op het punt waar je moet remmen staat een witte streep op het asfalt.
De bocht zelf is niet al te ingewikkeld. De eerste bocht, naar rechts, heeft een vroege apex. Je neemt de kerbstones mee en komt ongeveer halverwege de baan uit. Het is belangrijk is om niet te ver naar links uit te komen, want de volgende bocht gaat naar links en volgt direct. Hoe minder ver je je auto naar links laat lopen, hoe gemakkelijker je de tweede bocht aan kunt snijden. Die tweede bocht, naar links, heeft een late apex. Op driekwart van de bocht neem je de kerbstones mee, om vervolgens wijd naar buiten te gaan.
De weg breder maken
De laatste twee bochten voor je weer het rechte stuk op gaat, zijn twee snelle bochten. Eerst de Kumho, 90 graden naar rechts. Die bocht wordt al gevolgd door een recht stuk, waardoor ook hier de uitgangssnelheid weer belangrijk is. Op dit stuk van het circuit begin je namelijk al met snelheid opbouwen voor het rechte stuk. Daarom moet je de weg zo breed mogelijk maken en de kerbstones aan de binnenkant meenemen om de auto vervolgens wijd uit te laten lopen over de brede kerbstones aan de linkerkant van de baan.
Na deze bocht zul je direct op moeten schakelen naar de vierde versnelling om ook de volgende bocht, de Arie Luyendijk Bocht, op volle snelheid te nemen.
Die bocht, die vroeger Bos Uit heette, is nog sneller dan de vorige. In sommige auto’s ga je er volgas in de vierde versnelling doorheen, in andere auto’s rijd je net niet volgas. Als je je skills in deze bocht wilt verbeteren, is het belangrijk om hem zo vloeiend mogelijk te nemen, met het stuur in één stand. Pas als dat lukt kun je langzaam maar zeker de snelheid in deze bocht gaan opvoeren. De meest gemaakte fout in deze bocht is insturen op het verkeerde moment. Als je te vroeg instuurt, kom je te vroeg aan de buitenkant. Dat zorgt ervoor dat je van het gas af moet om bij te sturen.
Na de Arie Luyendijk Bocht kom je aan de linkerkant van de baan uit. Je gaat dan het rechte stuk op en ongeveer halverwege het rechte stuk passeer je de start-/finishlijn. Je volgende ronde op Zandvoort begint!
Video
In de onderstaande video zie je enkele ronden van Andre de Vries op Zandvoort. De lijnen zijn niet overal perfect, want er rijden ook andere auto's op de baan. Wanneer er geen auto's 'in de weg rijden' zie je echter erg leerzame lijnen.
Meer weten over Zandvoort? Binnenkort verschijnt de Driving Fun Trackguide over dit circuit. Binnenkort vind je daarover meer informatie op onze site.