Aantal bezoekers vandaag: 5288
Kunnen Pasen en Pinksteren op één dag vallen? Ja, dit jaar wel. Op Hemelvaart. Want op een gedenkwaardige junidag in 2011 hebben de FIA en de machtige Le Mans-organisator ACO besloten om weer vriendjes te worden en vanaf volgend jaar samen een nieuw door de FIA erkend wereldkampioenschap langeafstandsracen voor prototypes en GT's te organiseren. Met andere woorden: het World Endurance Championship, dat in 1992 een stille dood stierf, is terug!Het nieuwe WK met de historische naam is feitelijk een voortzetting van
de Intercontinental Le Mans Cup. Dat nieuwe ACO-kampioenschap ging vorig jaar experimenteel van start en beleeft dit jaar zijn eerste volwaardige jaar - met als kroonjuweel
Le Mans, dat al tientallen jaren geen deel meer uitmaakte van welk kampioenschap dan ook. De ILMC werd al
een officieus wereldkampioenschap genoemd, niet alleen vanwege de aanwezigheid van Le Mans op de kalender, maar ook door de deelname van alle grote namen: Audi, Peugeot en (als motorleverancier Toyota) bij de grote prototypes, Porsche, Ferrari, Aston Martin en BMW bij de GT's. Nissan, Honda en BMW zijn bovendien motorleverancier in de kleine prototypeklasse LMP2.
Veel sneller dan verwacht krijgt de ILMC nu een officiële WK-status met FIA-erkenning. Nieuw in 2012 is dat er ook een kampioenschap voor coureurs komt. Dit jaar kunnen alleen merken en teams hun klasse in de ILMC winnen. Voor hen wordt er volgend jaar een FIA Endurance World Cup opgericht, eigenlijk een soort constructeurstitel voor de sportwagenwereld. Le Mans wordt de hoofdmoot op een kalender met minstens zes topevenementen. Daar staan ongetwijfeld ook
Sebring,
Spa en de
Petit Le Mans op Road Atlanta op.
De kroon op de gouden tijden
Het FIA-kampioenschap is de bekroning op de gouden tijden die de sportscars momenteel meemaken. De naam FIA World Endurance Championship is niet voor niets gekozen. In het vorige gouden tijdperk, de
Group C-jaren, streden Porsche, Jaguar, Sauber-Mercedes, Nissan, Toyota en vele anderen ook om het World Endurance Championship. Vóór die tijd stond het sportwagenkampioenschap bekend als het World Championship for Makes.
Dat begon in de jaren vijftig met de strijd tussen Aston Martin, Jaguar en Ferrari, steeg in de jaren zestig opnieuw tot grote hoogten met de veldslag tussen Ferrari en Ford, waarna Porsche en Ferrari begin jaren zeventig het eerste echte prototypetijdperk inluidden met de Porsche 917 en de Ferrari 512M. Daarna domineerden Alfa Romeo en Matra in de jaren waarin Formule 1 in snel tempo populairder werd en de belangstelling voor de sportscars afkalfde. Pas met Group C werd duidelijk dat F1 en sportwagens naast elkaar konden leven, een droombeeld dat de FIA en de ACO nu ongetwijfeld opnieuw waar willen maken.