Aantal bezoekers vandaag: 3002
Aston Martin was de regen en de tegenstanders de baas op het Goldenport-circuit van Peking en legde bijna beslag op alle mogelijke podiumplaatsen in de twee World GT1-races. Verder in dit autosportweekend: GP2 en GP3 op Monza, F3 Euroseries op Silverstone, NASCAR op Richmond en WRC in Australië.Zo zie je nooit een GT1-auto in China, zo heb je vier wedstrijden in twee achtereenvolgende weekenden.
Vorige week raceten de GT1's al op het nieuwe circuit van Ordos in Binnen-Mongolië, dit weekend was het nieuwe Goldenport-circuit van Peking aan de beurt. Om het af te maken deden de auto's ook nog eens een demonstratie rondom het Vogelnest, het voormalige Olympische stadion.
In de Chinese hoofdstad waren het de twee Aston Martin-teams bij wie de trofeeën als gebraden pekingeenden naar binnen vlogen. In de korte kwalificatierace op zaterdag legde Young Driver AMR beslag op de eerste twee plaatsen: Tomas Enge en Alex Müller wonnen de race vóór hun teamgenoten Stefan Mücke en Darren Turner. Het team van Hexis maakte het succes compleet met een derde en vijfde plaats voor Hohenadel/Piccini en Piccione/Dusseldorp. De JRM Nissan van Michael Krumm en Lucas Luhr deden goede zaken voor het kampioenschap door in de stromende regen van de 16e plaats naar de vierde plaats op te rukken, terwijl titelrivalen Basseng/Winkelhock en hun Murciélago hun tweede plaats in rook zagen opgaan door een controversiële drivethrough penalty.
In de hoofdrace van zondag waren de Aston Martin-rollen lange tijd omgekeerd: Christian Hohenadel en Andrea Piccini leken - alweer in de regen - op een onbedreigde zege af te koersen, totdat de Italiaan een paar ronden voor het einde van de baan af spinde. Dat gaf de overwinning cadeau aan Mücke/Turner, die samen met Enge/Müller opnieuw een dubbel voor Young Driver mocht vieren. Krumm en Luhr schitterden wederom door een inhaalrace vanaf P16 naar P3, waardoor ze in hun GT-R 11 punten voorsprong op Mücke/Turner meenemen naar de finale in Argentinië. De Nederlanders hadden weinig geluk: Dusseldorp werd er bij de start samen met Basseng afgetikt, terwijl Jeroen den Boer en Nicky Pastorelli de eindstreep ook niet haalden. Alleen Nick Catsburg kon enigszins tevreden zijn over zijn zesde plaats.
Monoposto's: GP2, GP3, F3 Euroseries
Het
GP2-kampioenschap was al beslist in het voordeel van Romain Grosjean, maar in de laatste twee races op Monza stond de tweede plaats nog op het spel - die vorig jaar
Sergio Pérez nog een kans bij Sauber opleverde. Giedo van der Garde begon het weekend op die positie, maar na een rampzalige kwalificatie en twee nog ellendiger races moest de Nederlander constateren dat hij dit jaar opnieuw in zijn missie heeft gefaald. In plaats daarvan kon de veteraan Luca Filippi zich als vice-kampioen kronen, na een zege in de hoofdrace en een vierde plaats in de sprintrace. Ook Jules Bianchi en Giedo's teamgenoot Charles Pic staken hem nog voorbij in de eindstand.
In het GP3-kampioenschap moest de beslissing nog vallen, maar titelfavoriet Valtteri Bottas gooide met een eclatante zege in de eerste race de zaak definitief op slot. Daarmee blijft de Fin er
eentje om in de gaten te houden. António Félix da Costa won de tweede race om des keizers baard. Roberto Merhi zette intussen grote stappen op weg naar de titel in de F3 Euroseries, deze keer niet in het DTM-voorprogramma maar meelopend met de ILMC/LMS-race op Silverstone. De Spanjaard won de eerste race en werd in de derde race tweede achter rivaal Marco Wittmann. De tweede race was voor de verrassende debutant Marco Sörensen, die Nigel Melker (actief op Monza in de GP3) verving.
Toerwagens: NASCAR
Na de zege van Kevin Harvick op de oval van Richmond is het duidelijk welke twaalf coureurs mogen deelnemen aan The Chase. Naast Harvick mogen Kyle Busch (als favoriet), Jeff Gordon, Matt Kenseth, Carl Edwards, Jimmie Johnson (de regerend vijfvoudig kampioen), Kurt Busch, Ryan Newman, Tony Stewart, Dale Earnhardt Jr, Brad Keselowski en Denny Hamlin uitmaken wie dit jaar kampioen in de NASCAR Sprint Cup wordt, terwijl de rest van het veld in de laatste tien races voor spek en bonen (of maximaal de 13e plaats) meedoet.
Het zijn weer de usual suspects die onderling mochten uitvechten wie met de Cup naar huis gaat, ondanks de komst van buitenlandse coureurs en singleseater-sterren. De 12 Amerikanen in The Chase tonen daarmee aan dat dat NASCAR - met zijn schijnbaar ouderwetse V8'en en lompe buizenframes - blijkbaar toch niet zo simpel is als het lijkt. Hoewel ex-Indycar-ster AJ Allmendinger (wel een Amerikaan) dicht in de buurt kwam: hij viel als 13e net buiten de boot. Juan Montoya kwam met een 18e plaats weer totaal niet in de buurt, waarmee de Colombiaanse ex-F1-coureur ver verwijderd blijft van de vorm waarmee hij twee jaar geleden achtste werd in The Chase (en lange tijd daarin zelfs derde lag). De toen alom verwachte doorbraak is er nooit gekomen.
Rally: WRC, IRC
Na negen rally's te hebben drooggestaan, kon Ford gisteren eindelijk weer eens juichen. Door de dubbel van Mikko Hirvonen en Jari-Matti Latvala in de rally van Australië liep Hirvonen weer wat punten in op Sébastien Loeb. De Fin ligt nu nog 15 punten achter. De rally begon in de regen, met een dominante Loeb en Ogier namens Citroën, maar nadat de Fransen hun kansen vergooiden met respectievelijk een koprol en een glijpartij tegen een boom, lagen de Fords opeens één en twee.
De twee Citroëns keerden de volgende dag terug onder de nog altijd merkwaardige superally-regels en bezemden hun weg naar boven, nét de toptien binnen. Ogier deed daarbij beter zaken dan Loeb, maar toen kwamen de teamorders. Ogier moest zijn DS3 tien minuten parkeren zodat Loeb de tiende plaats kon pakken. Ook Ford liet zich niet onbetuigd: Latvala werd eveneens opzij gecommandeerd zodat Hirvonen kon winnen. Door het hoge aantal uitvallers veroverden diverse productie-Subaru's en -Mitsubishi's punten, maar Peter van Merksteijn kon in zijn Citroën WRC niet profiteren. Hij eindigde als 13e.
Intussen hield Jan Kopecky's Skoda met slechts 0,8 seconden de Peugeot van Thierry Neuville van zich af in de Mecsek-rally in Hongarije: de kleinste overwinningsmarge in de geschiedenis van de IRC. Kopecky kreeg op zijn beurt de zege cadeau door een fout van Andreas Mikkelsen, die twee proeven voor het einde zijn Fabia S2000 hardhandig naast de weg parkeerde.