Aantal bezoekers vandaag: 6318
Downsizing is het toverwoord bij bijna alle autofabrikanten. Zelfs BMW vervangt de kenmerkende zescilinder door een viercilinder turbomotor. De 528i en de Z4 sDrive28i hebben een 2,0 liter viercilinder met 245 pk onder de kap. Die motor is over een tijdje ook te vinden in de 1 Serie en in de nieuwe 3 Serie. Wij gingen op pad met een X1 om te kijken hoe rampzalig het downsizen uitpakt.
>> Liever eerst een filmpje kijken? Video BMW X1 xDrive28i
BMW was altijd klip en klaar over de belangrijkste merkwaarden:
‘BMW maakt rijden geweldig’,
‘Freude am Fahren’,
‘sheer driving pleasure’ en het licht onbescheiden
‘the ultimate driving machine’. In de afgelopen jaren is dat wat op de achtergrond geraakt en was BMW drukker met het aan de man brengen van zuinige auto’s (EfficientDynamics) en slimme elektronica (ConnectedDrive).
Rood-wit-blauwe glorie
De zescilinder motor hoorde daar als vanzelfsprekend bij. Zes cilinders in lijn, want als een van de weinige fabrikanten stapte BMW niet over op een V6, hoewel die voor fabrikanten vaak goedkoper is en bovendien minder ruimte onder de motorkap nodig heeft.
Er kleeft wat rood-wit-blauwe glorie aan de zes-in-lijn; Spyker was in 1903 de eerste autofabrikant die er gebruik van maakte. De eerste zes-in-lijn van BMW werd pas geproduceerd in 1917, een vliegtuigmotor die met name door Fokker gebruikt werd.
BMW monteerde pas in 1933 een zes-in-lijn in een auto. In dat jaar verscheen namelijk de BMW 303 met een 1,2 liter zescilinder. Dat was overigens niet alleen de eerste BMW met een zescilinder, maar ook de eerste BMW met de kenmerkende ‘nieren’. Alleen de Tweede Wereldoorlog zorgde voor een onderbreking, maar verder bleef de zes-in-lijn onafgebroken in productie.
Dieselachtig geratel
In 2006 monteerde BMW voor het eerst turbo’s op de zescilinder. Daarmee kon de zes-in-lijn sommige V8’s overbodig maken, maar op dezelfde manier kunnen viercilinder turbomotoren ook de prestaties van ongeblazen zescilinders evenaren of overtreffen.
Tot woede van de een-echte-BMW-is-een-zescilinder-roepers natuurlijk, want die stellen daar dan argumenten tegenover als de loopcultuur en het fraaie geluid van de zes-in-lijn.
En eerlijk is eerlijk: we dachten even dat BMW ons de verkeerde auto mee had gegeven. Als je naast de auto staat, hoor je een dieselachtig geratel. Als je achter de auto staat heeft de uitlaat dat geluid wel iets opgepoetst, maar met name vóór de auto klinkt een afschuwelijk geluid.
Viercilinder speelt belangrijke rol bij BMW
Kortom: vroeger was alles beter, een zescilinder is goed, een viercilinder is slecht. Toch? Zo eenvoudig is het ook weer niet. De haters vergeten even dat de viercilinder ook altijd een belangrijke rol heeft gespeeld bij BMW. Zo belangrijk zelfs, dat het hoofdkantoor van BMW in München uit vier cilinders bestaat.
In 1972 presenteerde BMW een prototype dat later model zou staan voor de
M1, BMW’s sportauto uit 1978. Het prototype was de BMW Turbo, met 280 pk sterke viercilinder turbomotor. Ook de 2002 had een viercilinder motor, met in 1973 de
2002 Turbo als als hoogtepunt van de serie.
In 1983 werd Nelson Piquet wereldkampioen in de Formule 1 met een Brabham-BMW. De motor? Een viercilinder met turbo. Enkele jaren daarna, in 1986, presenteerde BMW
de eerste M3, met 2,3 liter viercilinder. Die M3 is inmiddels een legendarische auto, ook al door een glansrijke
carrière in de autosport.
Met zoveel succesvolle viercilinders heeft BMW natuurlijk het volste recht om er nu ook gebruik van te maken. De vraag is alleen of deze viercilinder beter is dan de zescilinder die hij vervangt.
De cijfers zijn in ieder geval indrukwekkend. De motor levert een vermogen van 245 pk. Het maximale koppel van 350 Nm wordt al bij 1.250 toeren bereikt. Naar 100 sprinten doe je in 6,5 seconden, terwijl je door kunt buffelen tot een top van 240 km/h. Dat combineert de X1 dan met een gemiddeld verbruik van 7,9 liter per 100 kilometer. Lang niet slecht voor een auto die leeg 1.670 kilo weegt, als je het ons vraagt.
Lagere prijs door lagere uitstoot
De officiële verbruikscijfers zijn aanzienlijk beter dan die van de zescilinder-X1, die BMW leverde tot deze nieuwe viercilinder werd geïntroduceerd. Dat zorgde ervoor dat de auto aanzienlijk goedkoper werd. De viercilinder-X1 stoot per kilometer 36 gram minder CO2 uit dan zijn voorganger met zes cilinders; daardoor daalde de prijs met een stevige 8.000 euro. De
nieuwe M5 is om dezelfde reden ook aanzienlijk goedkoper dan het vorige model.
Om met de deur in huis te vallen: wij hebben niet gemerkt dat de X1 erg zuinig is. We gebruikten de X1 onder meer voor een trip naar Duitsland, dus helemaal representatief is ons testverbruik niet. Toch hadden we wel verwacht dat we beter zouden scoren dan 1 op 6,5.
Bij snelweggebruik valt bovendien het wat nerveuze karakter van de achttraps-automaat op (standaard monteert BMW overigens een handgeschakelde zesbak). Dat hebben we bij de
118d niet gemerkt, maar in de X1 viel het op dat de automaat ook bij kleine glooiingen in het landschap voortdurend op- en terugschakelde. Als je 100 of 120 rijdt en de cruisecontrol aan hebt staan, zorgt dat voor iets meer onrust in de auto dan je zou willen.
Typisch BMW
Wie met enige regelmaat in een 1 Serie of 3 Serie heeft gereden, kan zich voorstellen hoe de X1 rijdt. Qua rijden is het ‘typisch BMW’, maar je merkt wel dat het zwaartepunt een flink stuk omhoog is gebracht. Daardoor voel je je niet altijd zo zeker als je zou willen, bijvoorbeeld in snelle bochten op de snelweg. Dat neemt niet weg dat de X1 misschien wel de best rijdende SUV in zijn klasse is.
Het hoge gewicht en de niet al te inspirerend klinkende motor zorgen er echter voor dat je er zelden even lekker voor gaat zitten en vervolgens de auto flink de sporen geeft.
Toch hebben we geen klachten over de motor. De atmosferische zescilinder van BMW was een van onze favoriete motoren, met name in de 130i, maar de nieuwe viercilinder heeft ook zo zijn voordelen. Zo is de viercilinder korter, waardoor hij verder naar achteren kan worden geplaatst.
De turbo zorgt voor een behoorlijk koppel bij lage toerentallen. Bovendien reageert de motor vlot op het gaspedaal. De voor traditionele turbomotoren kenmerkende vertraging is zo goed als afwezig. Anders dan je bij een turbomotor zou verwachten, is de vermogensopbouw gelijkmatig, zonder een grote piek.
Deze motor in een 1 of 3 Serie
Al met al is deze X1 een lekkere auto, maar niet de BMW die je koopt voor echte
‘Freude am Fahren’. Het is een praktische van-A-naar-B-BMW met genoeg kofferruimte, een aardige dosis bedieningsgemak en natuurlijk de hoge instap die tegenwoordig nogal populair is. En vierwielaandrijving, maar dat zorgt in Nederland alleen voor wat extra gewicht. Als we een SUV zochten, zou het best wel eens deze kunnen worden.
Interessanter is wat ons betreft de motor. In de 1 Serie en de 3 Serie heb je niet alleen de nadelen van de dieselachtige ratel, maar merk je ook de voordelen van een viercilinder. In die relatief lichte auto’s merk je dat het blok verder naar achteren kan worden gemonteerd en lichter is. Dat was al te merken bij de huidige 3 Serie, waar de
320si de best sturende variant was. Zouden de 128i en 328i de beste keus worden?
BMW X1 xDrive28iTechniek: viercilinder benzinemotor met turbo, 1997 cc, 245 pk/5000 tpm, 350 Nm/1250 tpm
Prestaties: topsnelheid 240 km/h, 0-100 in 6,5 sec
Gewicht: 1.670 kg, 6,8 kg/pk
Verbruik: 7,9 l/100 km (1 op 12,7), CO2-uitstoot 183 g/km
Prijs: X1 xDrive28i vanaf € 49.970, prijs testauto ca. € 71.000