Aantal bezoekers vandaag: 6256
Het gebeurt niet vaak dat we zoveel reacties op een testauto krijgen als op de Mini Coupé. Auto’s bleven naast ons rijden op de snelweg en buren belden aan om een kijkje te komen nemen. De een vindt ‘m prachtig, de ander haat ‘m. Hoe is het leven met de Mini Cooper S Coupé?Als je een uurtje op internet rondkijkt, lijkt het of Mini het niet gemakkelijk heeft. De ‘normale’ Mini? Voor vrouwen. En bovendien: kom eens met iets nieuws. De
Countryman? Uitmelken van het Mini-concept. Sinds kort verkoopt het merk de Coupé. ‘Zwaarder, duurder én onpraktischer,’ werd ons door een Mini-rijder via Twitter gemeld. ‘Vakwerk!’
Echo van de Broadspeed GT
Vergeten lijkt te zijn dat er van de originele Mini ook talloze varianten waren. Op basis van de in 1959 gepresenteerde Mini werd een eindeloze stroom auto’s op de markt gebracht; de Mini Countryman,
Mini Clubman, Mini Van, Riley Elf, Wolseley Hornet en Mini Moke zijn daar de bekendste voorbeelden van.
Ook was er al eerder een coupé, maar die kwam niet van Mini zelf. De firma Broadspeed bouwde de Mini om tot
Broadspeed GT, een auto die in Nederland bekendheid kreeg omdat Tonio Hildebrand er eind jaren ’60 mee racete. Hildebrand, zoon van de schrijver van
Het behouden huis en de boeken van Bolke de Beer, was niet alleen coureur, maar ook een boef, vrouwenversierder, levensgenieter en societyfiguur. Om hem heen kon je een bonte stoet BN’ers waarnemen, variërend van Pistolen Paultje tot prins Bernhard en van journalist Henk Hofland tot Rijk de Gooyer. Ook was hij bevriend met Hein ten Harmsen van der Beek, die met zijn zus Fritzi de Blaricumse villa Jagtlust bewoonde. Daar kwamen naast Tonio Hildebrand mensen als Simon Vinkenoog, Ed van der Elsken en Gerard Reve over de vloer. Het feit dat Fritzi getrouwd was met Remco Campert had daar ongetwijfeld iets mee te maken.
Een auto die goed genoeg was voor Tonio Hildebrand is in ieder geval iets mannelijker dan de
normale Mini - zelfs nu het om de moderne versie van die Broadspeed gaat. Het voornaamste bezwaar tegen de Mini Coupé is dat hij minder praktisch is dan de normale Mini. Dat is ons geen seconde opgevallen, eerlijk gezegd. Mini is zo vriendelijk geweest om de tamelijk lachwekkende achterbank achterwege te laten, de kofferbak te vergroten en bovendien een grote achterklep te monteren. In tegenstelling tot het ‘praktische’ model met achterbank, slokt de Coupé met gemak een
volledige golfuitrusting op.
Er zijn andere auto’s voor Maxi-Cosi’s
Voor mensen die een praktische gezinsauto zoeken wordt de Mini Coupé echter niet gebouwd. Daarvoor biedt Mini de Countryman, en als die je niet aanstaat zijn er binnen het BMW-concern nog genoeg andere auto’s te vinden waar je stapels Maxi-Cosi’s in kwijt kunt.
De Mini Coupé koop je omdat je op zoek bent naar een sportieve coupé, vergelijkbaar met de
Peugeot RCZ of de Audi TT, maar dan goedkoper. Die auto’s hebben weliswaar een achterbank, maar niemand zal ze kopen vanwege de overweldigende ruimte die je daar hebt.
Geen natural beauty
De reden dat je een auto als deze koopt, kan het uiterlijk zijn. De Mini Coupé is echter geen
natural beauty. Het dak in contrasterende kleur wordt her en der al met een petje vergeleken. Bij het tweede zijruitje zou je misschien een aflopende lijn verwachten, paralel aan de aflopende daklijn. Merkwaardig genoeg zie je daar echter een oplopende lijn.
Die curieuze lijnen zorgen voor een wat rommelig uiterlijk, dat de elegantie mist die veel coupés hebben. Details als de prominent uit het achterspatbord stekende antenne van zwart plastic maken het er niet beter op.
Dan blijft er eigenlijk nog maar één reden over om de Mini Coupé aan te schaffen: het rijden. Bij de introductie hoopten we nog dat de Coupé lichter zou zijn dan zijn vierzits-broer, maar dat is niet zo. Hoewel er geen achterbank in zit, is de Coupé toch 25 kilo aangekomen in vergelijking met het origineel.
Daar staat tegenover dat het onderstel nog wat sportiever af werd gesteld. Direct achter de voorstoelen zit bovendien het schot dat de bagageruimte afscheidt, maar dat schot zorgt ook voor extra stijfheid. Daardoor rijdt de coupé nog beter. Je haalt er dan ook indrukwekkende bochtsnelheden mee.
De besturing is erg direct, wat goed van pas komt bij het betere bochtenwerk. Van uiterst links naar uiterst rechts hoef je het stuur maar 2,4 keer te draaien. Jammer is wel dat de stuurbekrachtiging bij dat bochtenwerk iets minder gevoel geeft dan je zou willen. Voor een elektrische stuurbekrachtiging is het heel goed, maar toch kan op dit punt nog niet de precisie van de hydraulische systemen bereikt worden.
Plofjes
Een voordeel van die elektrische stuurbekrachtiging is dat ‘ie bijdraagt aan een bescheiden verbruik. Moederbedrijf BMW spreekt over
EfficientDynamics, maar Mini heeft er een eigen term voor:
Minimalism.
Minimalism bestaat natuurlijk niet alleen uit elektrische stuurbekrachtiging, maar ook uit Brake Energy Regeneration en variabele klepbediening. Een minpuntje is dat je er ook een schakelindicator bij krijgt, maar die gaat uit als je de sportstand inschakelt.
Die sportstand zou je eigenlijk permanent aan willen hebben. De motor reageert er vlotter door op het gas en bovendien krijg je bij gas loslaten aardig gecomponeerde plofjes uit de uitlaat. Ook de besturing voelt wat steviger aan in de sportstand.
De door ons geteste Cooper S Coupé heeft genoeg power om het sportieve uiterlijk waar te maken. Je kunt ook een uitvoering met 122 pk kiezen, de Cooper Coupé, maar dan vervalt het een beetje in
all show no go.
Met de 184 pk sterke Cooper S is daar geen sprake van. Binnen zeven seconden zit je op de 100 en het spektakel houdt pas op bij 230 km/h. Om de gang erin te houden, moet je wel zorgen dat je in het juiste toerengebied van de motor zit. Als je het toerental te ver terug laat vallen, geeft de motor niet thuis. Een factor om rekening mee te houden als je een mooie serie bochten aan wil vallen, want je moet echt zorgen dat je de bocht in de goede versnelling in gaat.
Als je dat doet, helpt de optionele
Dynamic Traction Control (inclusief elektronisch sperdifferentieel) je om met een flinke snelheid de bocht uit te komen. Je kunt de tractiecontrole natuurlijk ook uitschakelen, maar dat voegt eigenlijk niet veel rijplezier toe bij deze auto. Het zorgt er alleen voor dat je nu en dan te maken krijgt met lift off overstuur en dat de achterkant bij (erg) stevig remmen wat stabiliteit verliest.
Tot in detail naar je eigen smaak
Het
love it or hate it-karakter voegt voor ons wel iets toe aan de Mini Cooper S Coupé, die misschien nog wel het meest doet denken aan het boyracer-karakter van de Honda CRX in de jaren ’80. In combinatie met de uitgebreide optiemogelijkheden kun je ‘m bovendien helemaal naar je eigen smaak samenstellen.
Je eigen smaak kun je tot in detail doorvoeren. Niet alleen kun je de van Mini bekende strepen en stickers bestellen, je kunt ook kiezen uit een scala aan lichtmetalen velgen. Maar daar blijft het niet bij: je kunt zelf de kleur van de binnenverlichting aanpassen, traploos en in alle kleuren van de regenboog, van koel blauw tot appelgroen of knalrood.
Als je je navigatiesysteem uitbreidt met Mini Connected, kun je onder meer Facebook, Twitter en Google Local Search op het centrale display gebruiken. Bovendien kun je dan speciale Mini-apps op je iPhone gebruiken. Daarmee kun je bijvoorbeeld opslaan waar je auto geparkeerd staat, maar met de
Driving Excitement app kun je ook analyseren hoe sportief jouw rijstijl volgens Mini is.
Al met al is de Mini Coupé een beetje een rare auto. Raar genoeg om leuk te zijn, als je het ons vraagt. En zo uitgesproken dat je er andere compacte coupés gelijk mee degradeert tot grauwe middelmaat. Maar bovenal rijdt de Cooper S Coupé geweldig. Wie durft?
Mini Cooper S CoupéTechniek: viercilinder benzinemotor met turbo, 1598 cc, 184 pk/5500 tpm, 260 Nm/1600-5000 tpm
Prestaties: topsnelheid 230 km/h, 0-100 in 6,9 sec
Gewicht: 1.165 kg, 6,3 kg/pk
Verbruik (fabrieksopgave): 5,8 l/100 km (1 op 17,2), CO2-uitstoot 136 g/km
Prijs: € 30.501, prijs testauto € 38.914
Meer weten over Tonio Hildebrand? Je ziet hem onder meer in
Passing by, de prachtige film die Jan de Bont en Trino Flothuis over Ben Pon maakten. In 2003 werd ook over Hildebrand een film gemaakt:
De eik leek geveld. Die film is echter niet op internet te vinden.
Wie goed zoekt kan twee boeken van de hand van Tonio Hildebrand vinden. In 1973 verscheen zijn autobiografie
Het gaat niet om geld. In 2000 verscheen
Mijn vlegeljaren. Beide boeken zijn echter al lang niet meer nieuw verkrijgbaar.