F1 2011: het eindrapport

Aantal bezoekers vandaag: 6280

Een seizoen met twee gezichten

28-11 - 22:02

Het F1-seizoen is nu echt ten einde, ook al viel de beslissing anderhalve maand geleden al. Hoog tijd dus voor DF's onbescheiden eindrapport over 2011. Wat was dit voor seizoen en hoe presteerden de teams en de coureurs? Net als in 2010 deelt meester DF vanuit zijn leunstoel zijn cijfers uit.

Het was een jaar van contrasten: qua kampioenschapsspanning veel minder spannend dan in 2010, maar wel met meer spectaculaire races. 2010 was uniek, met vier coureurs die in de laatste race nog kampioen konden worden, maar 2011 kan zijn mannetje staan als het seizoen waarin meer werd ingehaald dan in de 'gouden' jaren tachtig.

Om dat in cijfers uit te drukken: in de turbojaren '83, '84 en '85 waren er gemiddeld zo'n 40 inhaalacties per race. Naarmate de aerodynamische efficiency steeg, daalde dat cijfer van 30 rond 1990 tot 15 rond de millenniumwisseling. Dat aantal is sindsdien grofweg gelijkgebleven. In 2010 steeg dat aantal al naar 28, maar dit jaar schoten we op de loop van het jaar door naar gemiddeld maar liefst zo'n 50 inhaalmanoeuvres per GP.

Een beetje KERS en DRS, veel Pirelli


Lag dat aan KERS en DRS? De invloed van de beweegbare achtervleugel, ofwel het Drag Reduction System, moeten we in ieder geval niet overschatten: slechts 29% van alle inhaalacties kwam tot stand dankzij DRS. KERS zal vorig jaar al zijn bijdrage hebben geleverd, maar het zijn vooral de Pirelli-banden geweest die races af en toe flink door elkaar schudden. Ook het weer speelde mee: dit seizoen zagen we een aardig aantal regenraces. En als Al Gore toch gelijk heeft, wordt dat in 2012 zeker niet minder.

Het seizoen was een echte klassieker geworden als er niet één man was geweest die met kop en schouders boven de rest uitstak. De dominantie van Sebastian Vettel was vrijwel ongeëvenaard: 15 keer pakte hij de pole, 11 races schreef hij zijn naam. Dankzij een Red Bull dat maar één keer de pole aan McLaren schonk, maar ook dankzij zichzelf, omdat teamgenoot Mark Webber in dezelfde auto de McLarens en Ferrari's het hele seizoen maar amper van zich af wist te houden.

Memorabele races


Toch kunnen we terugkijken op een hele reeks memorabele races: Maleisië, China, Turkije, Canada, Engeland, Duitsland, Hongarije, het waren soms ware spektakelstukken. Zelfs de races waarin Vettel ongenaakbaar naar de zege reed, waren meer dan eens het aanzien waard door de strijd in het kielzog van de Duitser. En zelfs Spanje en Monaco nodigden een keer niet uit tot een middagdutje.

Zou 2012 ons de optelsom van 2010 en 2011 brengen? Dan zouden we echt van het mooiste seizoen aller tijden kunnen spreken. Pirelli moet dan wel weer iets meer risico nemen, want de laatste races van het jaar waren van een beduidend minder kaliber dan pakweg de eerste tien, wat mede te wijten was aan de conservatieve bandenkeuze van de Italianen.

Red Bull


Een tot in de puntjes verzorgd seizoen van de mannen uit Milton Keynes. In de winter trokken ze als enige topteam echt lering uit de fouten van 2010: de titels van Vettel en Red Bull kwamen vooral tot stand doordat McLaren en Ferrari niet in staat waren om een seizoen lang een bedreiging te vormen. Waar Hamilton, Button en Alonso elkaar afwisselden als belangrijkste tegenstrever van Vettel, daar bleef Red Bull constant scoren.

Eén miniem dalletje rond de GP's van Engeland en Duitsland wist het team in het najaar snel te overwinnen, waarna het business as usual was. Een topprestatie van een team dat in zijn gedaante van Stewart en Jaguar nooit de middelmaat wist te ontstijgen. Het inspirerende genie van Adrian Newey doet blijkbaar op iedere plek wonderen. De enige smet op het blazoen van Red Bull was dat het bijna een heel seizoen lang Mark Webber niet dichter in de buurt van Vettel kon krijgen.

Sebastian Vettel

10-


Mark Webber

6


Een zo goed als volmaakt seizoen van de wereldkampioen: de beste was dit jaar duidelijk de beste. Als geen ander wist de Duitser om te gaan met de nieuwe Pirelli's. Dat legde hem geen windeieren in de kwalificaties, en dat terwijl hij altijd al een kwalificatiebeest was, maar zijn ongekende bandenmanagement maakte vooral in de races het verschil. Gekoppeld aan een vrijwel volledig gebrek aan fouten - alleen in de vrijdagtrainingen ging hij er dit jaar drie keer vanaf - leverde dat een jaar op van ongekende dominantie. Vettel is de jongste tweevoudig wereldkampioen aller tijden en mag nu al tot de grootsten van de sport worden gerekend. Wat heeft hij de komende tien jaar nog in petto voor ons?

Ondanks zijn zege in de afsluitende GP van Brazilië was het een uiterst teleurstellend jaar van de man die in 2010 nog net naast de titel greep. Aan het begin van het seizoen kon hij zich nog beroepen op het feit dat hij minder goed overweg kon met de vaak boterzachte Pirelli's, maar later in het jaar gold dat excuus niet meer. Zijn traditionele zomerse opleving - op hetzelfde moment waarop Vettel net als in eerdere jaren even verslapte - was maar van korte duur. Daarna was het weer het oude liedje: Vettel die in de verte verdween, terwijl Webber het aflegde tegen Button en Alonso.

McLaren

8


Een beetje een jojo-seizoen voor het team uit Woking. Bij vlagen zakte het af tot onder Ferrari, andere keren stak het Red Bull nadrukkelijk naar de kroon. De twee wereldkampioenen in het team bleven elkaar ook in 2011 aanwakkeren tot betere prestaties, hoewel McLaren in de tweede seizoenshelft te lijden had onder de mentale dip van Lewis Hamilton. Jenson Button gedijde wederom in het strak georganiseerde team en ontpopte zich uiteindelijk als de belangrijkste rivaal van Sebastian Vettel.

Jenson Button

9


Lewis Hamilton

7


De man die net zo goed met zijn banden omging als de wereldkampioen, werd tweede in het kampioenschap. Maar dat is niet het hele verhaal van Buttons sterke seizoen. Ook de mooiste overwinningen van het jaar kwamen op zijn naam te staan: de fabelachtige comebackrace in Canada en de ongelooflijke regenrace in Hongarije. Op zondagen blijft de Brit een genot om naar te kijken. Als hij op zaterdagen net zo goed als Vettel zou kunnen zijn, dan was het kampioenschap een stuk spannender geweest.

Het natuurtalent Hamilton boekte dit jaar drie prachtige overwinningen, maar kwam vooral in het nieuws door zijn aanvaringen met Felipe Massa (vijf keer maar liefst) en andere ondoordachte acties. Psychologisch zat het in 2011 niet helemaal snor met Hamilton, die zich maar moeilijk kon afsluiten voor alle media-aandacht en daardoor in een negatieve spiraal terechtkwam. Hij blijft inherent sneller dan zijn teamgenoot en zijn vechtlust is een genot om te zien. Zijn strijdvaardige overwinningen in China en Duitsland getuigden daarvan. Zijn beheerste zege in Abu Dhabi liet zien dat hij ook à la Vettel kan winnen.

Ferrari

7


Wraak! Dat schreeuwde Ferrari uit na de jammerlijk mislukte staatsgreep van Abu Dhabi. Beter voorbereid dan ooit begonnen de Italianen aan het seizoen 2011, maar het jaar werd een kopie van 2010. Erger nog, Fernando Alonso maakte dit jaar niet eens een kans op de titel, omdat de sterke comeback van 2010 uitbleef. Het oppermachtige Ferrari uit het tijdperk Brawn/Byrne begint een vage herinnering te worden; het Italiaanse management van nu staat aan het roer van een sympathiekere, maar middelmatige organisatie. Zou technisch directeur Pat Fry daarom bij McLaren zijn weggelokt? We zijn benieuwd wat zijn koele Britse inbreng in 2012 gaat opleveren voor Maranello.

Fernando Alonso


Felipe Massa

5


Vasthoudendheid. Dat is het woord waarmee Fernando Alonso's inzet het beste is te beschrijven. In een Ferrari die het grootste deel van het jaar duidelijk inferieur was aan de Red Bull en de McLaren, wist de Spanjaard zich toch race na race vast te klampen aan de kop van het veld. De man die nog altijd als de compleetste coureur van het veld wordt beschouwd, moest in 2011 extra op zijn tandvlees bijten om die felbevochten derde plaats in het WK vast te houden. Hij slaagde er uiteindelijk net niet in, maar hij deed 't in een stijl die hoort bij een man die meer titels zou moeten hebben dan de twee die hij al lang geleden op zijn naam schreef.

Zijn zesde plaats in het WK dankte Felipe Massa uitsluitend aan het feit dat hij een Ferrari tot zijn beschikking had. Voor de rest beleefde de Braziliaan een kleurloos seizoen, zelfs nog kleurlozer dan Mark Webber, die nog een paar keer de pole pakte en zijn seizoen op het laatst nog een beetje goedmaakte. Massa mag in 2012 blijven, maar als dat net zo'n jaar wordt als 2011, dan is het volkomen begrijpelijk als Ferrari zijn auto aan Sergio Pérez of een terugkerende Robert Kubica geeft.

Mercedes


Een uitermate middelmatig seizoen van het in naam Duitse team uit Brackley. Brawn en consorten werden vierde in het kampioenschap omdat Renault nóg slechter voor de dag kwam, maar de podiumdreiging die Nico Rosberg vorig jaar nog uitstraalde, was dit keer geen enkel raceweekend te bespeuren. Zo draaide 2011 voor Mercedes uit op de kruimels oprapen die McLaren en Ferrari lieten liggen: zolang Rosberg en Schumacher het niet met elkaar aan de stok kregen, reden ze meestal eenzame races. Mercedes moet beter kunnen en dat weten ze in Brackley én Stuttgart maar al te goed.

Nico Rosberg

7


Michael Schumacher

7


Was Schumacher in 2011 beter of Rosberg in 2011 slechter? De twee teamgenoten ontliepen elkaar in ieder geval nauwelijks, daar waar Rosberg vorig jaar nog duidelijk de boventoon voerde. Rosbergs seizoen was daardoor net zo middelmatig als dat van Mercedes. Zijn reputatie als kwalificatiewonder kon hij niet waarmaken dankzij de belabberde W02 en aan racen kwam hij ook zelden toe, meestal rondcirkelend in het grote gat tussen de top en de middenmoot. Hoe goed Nico Rosberg werkelijk is, konden we daarom ook dit seizoen weer niet goed bepalen.

Schumacher kon tenminste nog bogen op een aantoonbare vormverbetering. Steeds regelmatiger zagen we dit jaar de oude Schumi terug. Maar een beter presterende Michael doet ook meteen die duistere kant weer de kop opsteken: regelmatig verdedigde hij zijn terrein op een manier die op z'n zachtst gezegd dubieus was.

Renault

5


Het verlies van Robert Kubica was een enorme klap voor het team uit Enstone, dat het jaar zo hoopvol begon. Vitaly Petrov en Kubica's vervanger Nick Heidfeld reden de revolutionaire R31 in de eerste races nog naar podiumplaatsen, maar daarna zakte Renault diep weg. Puur op basis van die snelle seizoensstart wist het team net zijn de vijfde plaats in de constructeursstand vast te houden, maar na die twee hoge scores bleek al gauw dat het team met de revolutionaire R31 de verkeerde weg was ingeslagen. Absoluut onvoldoende voor een team dat niet zo lang geleden met Schumacher en daarna Alonso nog grossierde in titels. Laten we op beter hopen nu het team opnieuw begint onder de naam Lotus.

Vitaly Petrov

7


Nick Heidfeld

5


Bruno Senna


Petrov beloofde minder fouten te maken dan in zijn debuutjaar en die belofte kwam hij na. Dankzij de sterke vormterugval van Renault reed de Rus zich op zijn goede dagen minder in de kijker dan in 2010, maar tot zijn grote verdienste had hij teamgenoten Heidfeld en Senna grotendeels in de zak. Niet slecht voor een coureur die vier jaar lang in de GP2 worstelde voordat hij naar de F1 kon promoveren.

De flegmatieke Heidfeld wist het team niet tot betere prestaties op te stuwen en moest terecht het veld voortijdig ruimen. Zijn vervanger Senna begon goed, met een sterke zevende startplek op Spa, maar was daarna net als Heidfeld de mindere van Petrov. Zelfs zijn mooie kwalificatie in zijn thuis-GP deed weinig aan die conclusie af.

Force India

7


De mannen uit Silverstone begonnen 2011 in mineur. De sterke opmars die het voormalige achterhoedeteam eind 2010 had gemaakt, leek als sneeuw voor de zon verdwenen. Maar in de loop van de zomer ontpopte Force India zich als een van weinige teams die echt grote stappen wisten te zetten in hun doorontwikkeling. In de tweede seizoenshelft was het meer regel dan uitzondering dat een of twee VJM04's doordrongen tot Q3. Met de punten die Sutil en Di Resta vervolgens binnenharkten, stelde Force India de zesde plaats in het kampioenschap veilig en kreeg het zelfs Renault nog in het vizier. Een knappe eindsprint van het team van Vijay Mallya.

Adrian Sutil


Paul di Resta

7


Wie was er beter? Sutil of Di Resta? De Duitser scoorde ruimschoots meer punten en kwalificeerde doorgaans beter, maar toch wordt de Schot alom geprezen voor zijn debuutseizoen. Er hing dit jaar een vreemd soort vibe rondom de DTM-kampioen van 2010. Misschien ligt het aan het chauvinisme in de door Britten gedomineerde autosportjournalistiek, misschien aan het feit dat Di Resta in een grijs F3-verleden sneller was dan zijn toenmalige teamgenoot Sebastian Vettel.

Sutil maakte een matige seizoensstart in ieder geval ruimschoots goed met een reeks sterke optredens in de tweede helft van het jaar, met zesde plaatsen in Singapore en Brazilië als hoogtepunten. Daar staat tegenover dat Di Resta zijn ervaren teamgenoot vanaf de eerste dag goed kon bijhouden. Waar iedereen het idee heeft dat Sutil aan zijn plafond zit, daar staat Di Resta nog aan het begin van zijn groei. Daarom is die vibe rondom de Schot waarschijnlijk wel terecht, maar desondanks verdient Sutil het niet om door Force India te worden afgedankt.

Toro Rosso

7


Na een nogal anoniem begin van het seizoen stootte Toro Rosso tot ieders verrassing door naar de top van de middenmoot. Het begon met speldenprikjes vanaf een matige kwalificatiepositie - bijvoorbeeld Alguersuari die drie keer vanaf de 18e startplek in de punten reed - maar toen het circus Europa verliet, ging het pas echt loos met de Italiaanse rode stieren. Het team zette al zijn kaarten in op hoge topsnelheid, wat zeer succesvol uitpakte op de Aziatische circuits met hun lange rechte stukken. Bijna verschalkte Toro Rosso Sauber nog in het constructeurskampioenschap.

Jaime Alguersuari


Sébastien Buemi


Eind 2010 had Jaime Alguersuari zijn meer ervaren teamgenoot volledig in zijn zak. Het wekte daarom alom verbazing toen de Zwitser terugkwam met een sterke seizoensopening. De Spaanse part-time dj liet het er niet bij zitten en leerde omgaan met de Pirelli's, vooral op de dag dat het ertoe deed: de zondag. Ook al kwalificeerde Alguersuari doorgaans minder goed dan Buemi, het was toch de Britse F3-kampioen van 2008 die in de loop van het seizoen regelmatig imponeerde met resultaten die er niet om logen.

Halverwege het seizoen was het nog moeilijk kiezen tussen de twee, zodat Red Bull besloot beiden nog een kans te geven in plaats van Daniel Ricciardo in een van de Toro Rosso's te zetten. Na de tweede seizoenshelft lijkt de keuze voor Red Bulls talentencoach Helmut Marko een stuk eenvoudiger: Alguersuari moet in ieder geval blijven, ook al melden bronnen in het team dat Jaime niet sterk is met zijn feedback. Dat de Spaanse oliemaatschappij Cepsa een aandeel in Toro Rosso heeft genomen, is dan voor zijn toekomst mooi meegenomen.

Sauber

6


De Zwitsers beleefden een seizoen zoals we dat wel vaker van hen hebben gezien: na een sterk begin konden ze het ontwikkelingstempo van hun concurrenten niet bijbenen. Af en toe kon het team uit Hinwil daarvoor nog compenseren met een gewaagde bandenstrategie, maar in de praktijk zag Sauber na de zomer Force India aan zich voorbijschieten. De met veel tamtam bij datzelfde Force India weggesnoepte technisch directeur James Key kon pas in de laatste races het tij keren, waardoor Toro Rosso niet ook nog eens langszij kwam.

Kamui Kobayashi


Sergio Pérez


Pedro de la Rosa

6


De sensatie van eind 2009 en 2010 stelde in 2011 een beetje teleur. Kamui Kobayashi opende het seizoen weliswaar redelijk sterk, maar zakte na de zomer diep weg. De herinnering die daardoor overblijft, is dat Sergio Pérez de Japanner grotendeels de baas was. Kijkend naar het aantal WK-punten dat de twee scoorden, ligt het iets genuanceerder, maar de Mexicaan maakte ontegenzeggelijk indruk. Zijn bekeken rijstijl zorgde ervoor dat hij geregeld één keer minder voor nieuwe banden hoefde te stoppen, een strategie die vaak beter uitpakte dan de impulsieve banzai-stijl van zijn teamgenoot.

Voor het lagere aantal punten van Pérez waren bovendien goede redenen. Het handvol punten dat hij in zijn debuutrace scoorde, moest hij door een administratieve blunder van Sauber inleveren, en daarna miste hij twee races door een geweldige klapper in Monaco. In de races waarin hij punten scoorde, bleven er meer topauto's heel, waardoor hij de incidentele dikke scores van Kobayashi uit het begin van het seizoen niet kon herhalen. Pedro de la Rosa viel een keer voor Pérez in, maar liet in die ene race te weinig zien voor een eerlijke beoordeling. Daar komen we volgend jaar wel aan toe, als hij weer een heel seizoen mag racen voor HRT.

Williams

4


Sinds het vertrek van BMW als motorpartner is het alleen maar bergafwaarts gegaan met het voormalige topteam uit Grove. Dit jaar was een nieuw dieptepunt in de teloorgang van Williams, dat aan het eind van het seizoen zelfs bijna in de klauwen van Lotus belandde. Voor een grote naam als Williams is dat ver onder de maat. Het drama van Abu Dhabi, toen de twee FW33's van de laatste rij moesten vertrekken, was het ultieme dieptepunt. Beschamend was 't, en eigenlijk doet die constatering enorm pijn.

Rubens Barrichello

5


Pastor Maldonado

6


Bij Williams hetzelfde verhaal als bij Force India en Sauber: de ervaren coureur scoorde meer WK-punten, maar toch maakte de debutant net iets meer indruk. Al na een handvol races bleek Pastor Maldonado sneller in de kwalificatie dan Rubens Barrichello. Dat zou niet zo erg zijn als de raceresultaten van de veteraan wel om over naar huis te schrijven waren. Maar ook die lieten vaak te wensen over, terwijl zijn salaris flink op het teambudget drukte.

Was zijn komst naar Williams vorig jaar nog te rechtvaardigen, dit seizoen voegde de inbreng van Barrichello niets toe. In de races reden de Braziliaan en zijn nieuwe Venezolaanse teamgenoot meestal vlak achter elkaar aan, waarmee Maldonado liet zien dat hij ondanks zijn gebrek aan ervaring gewoon net zo snel is als de dure Rubinho. De ongepolijste GP2-kampioen maakte nog te veel fouten om meer punten te scoren dan Barrichello, maar net als alle andere GP2-promovendi van de laatste tijd bewees hij dat hij prima kan meekomen in de F1, pay driver of niet.

Lotus


Nog meer dan vorig seizoen was het voor Lotus geen kunst om als beste van de 'nieuwe' teams te worden onderscheiden. Waar Virgin en HRT bleven steken in de misère van 2010, kreeg Lotus de beschikking over Renault-motoren en de achtertrein van Red Bull. Ze deden er te weinig mee. Pas aan het eind van het seizoen naderden de T128's de kwakkelende Williamsen, maar met al het nieuwe technische talent dat bij andere teams werd weggestroopt, had er meer ingezeten. Misschien geeft de nieuwe naam Caterham hernieuwde moed voor 2012.

Heikki Kovalainen

6


Jarno Trulli

4


Karun Chandhok

6


De Fin imponeerde vorig jaar met zijn frisse aanpak en montere geest. Met gemak werd hij de koning van de B-divisie, een titel die hij dit seizoen moeiteloos prolongeerde. Meer dan dat zat er helaas niet in, want Lotus ontwikkelde niet genoeg door. Daardoor kon Kovalainen minder van zichzelf laten zien dan hij ongetwijfeld had gehoopt.

De ex-Renault- en McLaren-coureur deed het in ieder geval een stuk beter dan Jarno Trulli, die een seizoen voor spek en bonen meedeed. Het hele jaar door klaagde hij over de nieuwe stuurbekrachtiging van Lotus, maar toen het team die had aangepast, was Kovalainen nog steeds sneller. Het is onbegrijpelijk dat het team nog een jaar doorgaat met de Italiaan. Net als Barrichello heeft Trulli zijn langste tijd gehad. Plaatsmaken voor de nieuwe (Van der) garde, Jarno! De eenmalige invaller Karun Chandhok deed het netjes, maar moest zichzelf verbijten toen hij niet mocht starten in de eerste GP van India.

HRT

4


Af en toe waren de F111's sneller dan de Virgins. Dat is het enige positieve dat we van het tweede seizoen van HRT kunnen zeggen. De auto's waren zogenaamd geen Dallara's meer, maar je hoefde geen timmermansoog te hebben om te zien dat de mislukte Dallara van vorig jaar gewoon de basis voor de eerste 'echte' HRT was geweest. Het team wisselde halverwege het seizoen van eigenaar: de ene Spanjaard verkocht het door aan de andere Spanjaard. Maar het Spaanse investeringfonds Thesan (gesteund door Arabisch geld) moet nog beslissen wat het echt met het team wil. Tot die tijd is HRT veldvulling van een genant kaliber.

Vitantonio Liuzzi

4


Daniel Ricciardo


Narain Karthikeyan

6


Iedereen vroeg zich af wat Tonio Liuzzi had te winnen bij een verlengd F1-verblijf bij HRT. Iedereen kreeg gelijk. Als de voormalige kartwereldkampioen en F3000-ster niet anoniem zijn rondjes aflegde aan de staart van het veld, dan zaten teamgenoten Karthikeyan en Ricciardo in de kwalificatie wel heel dicht bij hem in de buurt. Liuzzi leek bovendien weinig bij te dragen aan de ontwikkeling van de auto, die het hele seizoen nauwelijks sneller werd.

Ook supertalent Ricciardo moet zich afvragen of een vervroegd F1-debuut voor het dorre HRT wel zo'n verstandige carrièrezet is geweest. Met geen mogelijkheid kon hij zich in de Spaanse rampenbak onderscheiden. Toen de gemiddeld getalenteerde Karthikeyan eenmalig terugkeerde om zijn thuis-GP in India te rijden en daarin prompt zijn hooggeprezen teamgenoot versloeg, in zowel de kwalificatie als de race, schoten de wenkbrauwen van Red Bulls talentenjager Helmut Marko nog verder in een frons. Was die Ricciardo eigenlijk wel zo goed? Geen prettige situatie voor de Australiër die een tijdje geleden nog werd gezien als de gedoodverfde opvolger van Mark Webber, maar in 2012 waarschijnlijk nog maar even niet in een Toro Rosso wordt gezet.

Virgin

3


Het team van Richard Branson zette ontwerper Nick Wirth op een zijspoor, de man die had gefaald met zijn volledig zonder windtunnel ontworpen VR-01. Maar in plaats van een stap vooruit te zetten, zakte Virgin alleen maar dieper weg. De MVR-02 was zo mogelijk nog rampzaliger, zodat het team de avances van HRT van zich moest afhouden in plaats van het Lotus moeilijk te maken. Marussia, de Russische sportautofabrikant, nam een minderheidsaandeel in het team en neemt de zaak in 2012 volledig over. Virgin blijft over als hoofdsponsor. Of het team er iets mee opschiet, is maar de vraag.

Timo Glock

6


Jérôme D'Ambrosio

5


De Duitser ploegde ook in 2011 onverdroten voort, maar kon zelden iets van het talent laten zien dat hij in de GP2 en bij Toyota tentoonspreidde. Glock keert volgend jaar terug bij Marussia en mag hopen op drie keer scheepsrecht. Een ander was er al eerder moedeloos van geworden, dus een krappe voldoende voor doorzettingsvermogen.

D'Ambrosio was de onopvallendste debutant van het seizoen. Zoals hij zich in de GP2 zelden onderscheidde, zo naamloos reed hij in zijn eerste jaar F1 rond. Niet dat hij er veel aan kon doen, want de Virgin was nu eenmaal waardeloos, maar geen enkele keer kon hij zijn teamgenoot Glock echt bedreigen. Adequaat is niet genoeg voor je debuutseizoen: vraag maar aan zijn voorganger Lucas Di Grassi. Kortom, gewogen en net even te licht bevonden. Zijn opvolger Charles Pic wacht waarschijnlijk hetzelfde lot, want zo riskant is het om in te stappen in een van de vier slechtste auto's van het veld.

Foto's RBR en STR: Getty Images (via Red Bull Racing en Scuderia Toro Rosso)






Auteur: Mattijs Diepraam  Fotografie: Persfoto's fabrikant
4

Reacties (4) van bezoekers

Rick
29-11-2011 10:18
Okee daar kan ik in komen.
Mattijs
29-11-2011 9:56
Omdat Sutil ook in de kwalificatie Di Resta de baas was en echt een exceptioneel goede tweede seizoenshelft heeft gedraaid. Ik snap de Di Resta-hype wel een beetje, maar Sutil was gewoon in alle opzichten beter. Bij Sauber en Williams brachten Barrichello en Kobayashi juist niet dat beetje extra dat er van ze werd verwacht.
Rick
29-11-2011 0:34
Hmm. Ik kan meegaan met je verhaal over de duo's bij Force India, Sauber en Williams (routiniers meer punten maar debutanten meer indruk) maar waarom krijgt Sutil dan wel een hogere beoordeling van je en Kobayashi en Barrichello niet?
Red Alert
29-11-2011 0:02
Leuke uiteenzetting Mattijs!
Uw reactie:
Naam:
Email:
Bericht: