Aantal bezoekers vandaag: 6890
De eerste wedstrijddag op Le Mans is nat begonnen. De warm-up speelde zich grotendeels af in de regen, waardoor we heel wat enge taferelen te zien kregen. Hou ze heel, jongens, was een gedachte die geregeld opkwam. En toen moesten de brute Group C-auto’s nog komen.Het kwam al met bakken naar beneden op weg naar het circuit: onder donkergrijze wolken en een matig motregentje liepen we naar binnen, maar al snel begonnen de wolken hun inhoud in harder tempo te lozen. In de stromende regen gingen de eerste auto’s naar buiten. De meeste kwamen snel weer terug naar de pits: viel dat even tegen, daarbuiten.
Verraderlijk vet oppervlak
Sébastien Bourdais legde uit hoe laag de grip was. Hele stukken circuit zijn kort geleden opnieuw geasfalteerd. Daardoor houdt het asfalt meer water vast en komt de olie in het asfalt sneller bovendrijven. Op dat verraderlijk vette oppervlak was het vaak glibberen en glijden, nog los van het zicht. In de openingsfase gooiden de auto’s nog zo veel water op dat er volgens LMP2-coureur Christophe Tinseau eigenlijk niet te rijden viel.
Halverwege stond Fabien Rosier in de Norma LMP2 bovenaan, zo weinig auto’s hadden er nog een complete snelle ronde gereden. Intussen waren er heel wat auto’s achterstevoren gegaan, met name in de Ford-chicane en bij Mulsanne. Het begon met de veelgeplaagde Gulf Lola LMP2 van Délétraz/Ihara/Rostan, waarvan de laatstgenoemde dwars op de baan kwam te staan na de Ford-chicane. Omdat de auto in zijn versnelling was blijven steken, moest de rode vlag uitkomen.
Festival van pirouettes
Daarna volgde er een festival van pirouettes en gemiste bochten waaraan zelfs de eerste Audi e-tron quattro niet aan ontsnapte, ook al was dit perfect ‘quattro-weer’. André Lotterer reed na zijn korte omweg door de grindbak wel naar een tijd die vier seconden sneller was dan de rest. Kort daarna vond er een Hollandse ontmoeting plaats bij Mulsanne, waar de Status Lola van Yelmer Buurman in de rondte ging om de zich verremmende Rebellion Lola van Andrea Belicchi (Jeroen Bleekemolens auto) te ontwijken. Daarna spinde de Jota Zytek van Simon Dolan in de Ford-chicane en deed Ludovic Badey in de andere Gulf Lola hetzelfde bij Mulsanne.
Tegen het einde van de warmup hield het op met regenen en werden de omstandigheden iets beter. De tijdsverschillen waren enorm. Niet alleen tussen de Audi’s en de Toyota’s, waarvan de Japanse hybrides zich een stuk minder comfortabel voelden op het nat, maar ook tussen de Audi’s onderling. In het laatste kwartier joeg Loïc Duval zijn R18 ultra naar een tijd die weer vier seconden onder de tijd van de quattro’s lag, die zelf ook drie seconden van hun tijden hadden afgereden. De ultra was opvallend beweeglijk, maar balletdanser Duval had de auto onder controle.
Regen tot zes uur?
Andere teams zoals Strakka kwamen niet eens naar buiten. Pescarolo had dat achteraf misschien ook wel gewild, want de auto van Collard/Hall (toch al gehandicapt door de gedwongen afwezigheid van Jean-Christophe Boullion) was de enige die na de warm-up op het circuit achterbleef. Werk aan de winkel dus voor het Franse team.
Sommige GT’s uit de Pro- en zelfs de Am-categorie beleefden korte gloriemomenten door zich met hun tijden tussen de LMP2’s te nestelen – een teken dat het in de race wel eens gek kon lopen als het zou blijven regenen. Tot zes uur vanmiddag zou er geen verbetering komen, aldus de weerman van Audi…
Group C en regen: geen ideale combinatie
De Group C-auto’s die meteen na de warm-up hun race mochten rijden, hadden in ieder geval nog met dezelfde omstandigheden te maken. En wat krijg je dan? Bruut en onbeheerst pk-geweld, met mannen achter het stuur die niet allemaal over de vaardigheden beschikken om deze auto’s onder deze omstandigheden in bedwang te houden. (Want als zelfs de professionals in de nieuwste auto’s het niet altijd lukt…)
Bij de (rollende) start ging het al mis. Mike Donovan liet bij het uitkomen van de Ford-chicane de achterkant van zijn Spice SE89C omkomen, waarna het een wonder was dat de helft van het veld er zonder schade omheen kwam. Iedereen slaakte een zucht van opluchting, maar het was van korte duur: op het rechte stuk zat Donovan pas echt in de problemen, een schril contrast met zijn sterke optreden tijdens de
Spa Classic van een paar weken geleden, waar hij derde werd en de snelste C2-auto was.
Ravage op les Hunaudières
Nu was de spin bij de start Donovans eigen schuld, maar aan de ravage op het rechte stuk van les Hunaudières kon hij weinig doen. De Tiga van Alain Schlesinger tikte een zich weer naar voren vechtende Donovan schuin rechtsachter aan, waarna de Spice fel naar links zwiepte en zich hard met de neus in de vangrail boorde. De schade was enorm. Dat was genoeg om de safety car naar buiten te sturen, waar het veld rondenlang achter bleef hangen. De race draaide zo uit op een dure demonstratierit voor kostbare Group C-auto’s, waarvan er zojuist twee aan barrels waren gereden.
Met nog tien minuten te gaan mochten ze los. Een rondje of drie dus. Lola-baas Bob Berridge reed in zijn Mercedes C11 makkelijk weg van Roger Wills in de Martini Lancia LC2. Gareth Evans, de winnaar op Spa, werd op grote afstand derde in zijn Sauber-Mercedes C9. Daarachter, op bijna twee minuten, was er zowaar strijd: de Nissan R90CK van Kent Abrahamson versloeg nipt Richard Eyre, die zijn Jaguar XJR16 had laten staan en in een 956 van start was gegaan. Kort achter die twee kwam de Cheetah van Eric Rickenbacker over de streep. De rest was op meer dan drie minuten gereden, wat de hele exercitie een tikje overbodig maakte. Maar wat zagen ze er stoer uit in de regen, en wat klonken ze mooi…