Aantal bezoekers vandaag: 3806
Toen Fernando Alonso na zijn mislukte inhaalpoging op Felipe Massa ‘This is ridiculous!’ riep, konden we ‘t al zien aankomen: de nauwelijks verhulde teamorder aan de Braziliaan om plaats te maken en zijn teamgenoot de winst in de GP van Duitsland te gunnen. De heilige verontwaardiging achteraf was natuurlijk groot, de psychologische diagnose-op-afstand van de karakters van de hoofdrolspelers – achterbaks, weekhartig, knullig – loog er ook niet om. Maar uiteindelijk komen we altijd terug op de kernvraag: is autosport een teamsport of niet?Laten we één ding vooropstellen: sinds de controversiële GP van Oostenrijk van 2002 zit de Formule 1 nu eenmaal met een regel die teamorders verbiedt die van invloed zijn op de uitslag van de wedstrijd. In die race ging Rubens Barrichello na de allerlaatste bocht van de wedstrijd opzichtig van het gas af om Ferrari-teamgenoot Michael Schumacher de winst te laten. Gezien de WK-stand van destijds was het waarschijnlijk onnodig, want Ferrari was dat jaar oppermachtiger dan ooit. Daarom voelde het grote publiek zich beroofd. De publieke verontwaardiging was zo groot dat de FIA zich genoodzaakt voelde om in te grijpen: voortaan zouden dergelijke teamorders niet langer geoorloofd zijn.
Plaatsvervangende gêne
Kortom, die regel is er nu en Ferrari heeft hem afgelopen zondag overtreden. Uit de radiocommunicatie, de manier waarop Massa plaatsmaakte en het minieme verschil in snelste rondetijden na de plaatswisseling is zonder al te veel problemen op te maken dat hier teamorders in het spel waren. Iedereen voelde daarom plaatsvervangende gêne toen teambaas Stefano Domenicali, toch een bescheiden en eerzaam mens, zich na afloop in alle bochten moest wringen om alles te ontkennen.
De boete van de stewards was gezien de huidige regelgeving terecht, evenals het doorverwijzen naar de volgende raadsvergadering van de World Motor Sport Council van de FIA. Het nadeel is daardoor wel dat de uitslag van de
GP van Duitsland aan de groene tafel wordt beslist. Bij de Indycars doen ze dat toch anders: nog tijdens de wedstrijd nemen de officials een besluit en de teams en coureurs hebben dat maar te accepteren. Zie de manier waarop
Helio Castroneves afgelopen zondag zijn overwinning in Edmonton werd ontnomen. Aan de andere kant is er ook iets voor zorgvuldigheid en een beroepsmogelijkheid te zeggen. Het zou niet de eerste race onder FIA-auspiciën zijn waarvan de uitslag achteraf wordt aangepast. Daar moeten we ook straks maar niet te veel over zeuren.
Karakters in zwart-wit
Grote kans zelfs dat er met gejuich wordt gereageerd als de Ferrari’s alsnog worden uitgesloten. Waarschijnlijk door dezelfde mensen die in andere situaties vonden dat het publieksbedrog is om achteraf een uitslag aan te passen, ook al waren er overtredingen in het spel (neem de Braziliaanse ontknoping van het WK 2007). Ook dezelfde mensen die vonden dat Mark Webber
in Turkije het recht had aan zijn team te vragen om Sebastian Vettel in zijn hok te houden en daarmee teamorders uit te oefenen. Op grond van wat Webber in het eerste deel van de race had laten zien, had hij de overwinning immers al ‘verdiend’. Vettel de kans geven op de zege stond gelijk aan een ‘voorkeursbehandeling’.
Hoeveel kennis en contacten deze F1-volgers ook mogen hebben, ze laten zich in dit soort situaties altijd weer leiden door persoonlijke sentimenten. Geen lievelingetjes zonder schurken, die ook nog van afstand allerlei karaktertrekken krijgen toebedeeld. In dit geval was Alonso natuurlijk sowieso al de boef, Ferrari heeft ook een dubieuze geschiedenis, maar Massa is een aardige jongen. Op dezelfde manier waren een paar maanden geleden Helmut Marko en Sebastian Vettel de perfecte Bond-boeven, compleet met Duits accent, en was Mark Webber de Crocodile Dundee die met ruwe bolster en blanke pit die geniepige moffen mores zou leren. Zwart en wit, het kleurt zo veel lekkerder dan al die grijstinten.
Parallellen met Red Bull
Over Webber, Vettel en Red Bull gesproken:
de parallellen met Turkije drongen zich op Hockenheim al snel op. Net als Red Bull in Turkije had Ferrari twee auto’s aan kop, waarvan de tweede marginaal sneller was en te maken kreeg met de avances van een rivaal die hen op de hielen zat. Domenicali stond voor hetzelfde besluit als Horner destijds. Hun aanpak verschilde uiteindelijk, maar allebei maakten ze fouten. Horner liet zijn coureurs racen, maar liet het aan de twee race engineers over om hun coureur door te geven wat ze moesten weten. Die engineers, Ciaron Pilbeam (van Webber) en Guillaume ‘Rocky’ Rocquelin (van Vettel), meldden uiteraard niet alle feiten.
Met name Pilbeam hield informatie achter, waardoor Webber niet alles wist over de omstandigheden waaronder Vettel hem probeerde in te halen. Een teambaas moet weten dat de eerste loyaliteit van een race engineer bij zijn coureur ligt. Bovendien maakte de Turkse episode duidelijk dat het team geen heldere afspraken had gemaakt over dergelijke situaties, afspraken die de acties van de coureurs op een positieve manier hadden kunnen beïnvloeden en het drama hadden kunnen vermijden. Zeker gezien het feit dat Vettel en Webber toch al geen vrienden zijn, evenmin als Alonso en Massa.
Blunder of insubordinatie?
Ook Domenicali liet op Hockenheim de communicatie over aan de engineers, Andrea Stella (Alonso) en Rob Smedley (Massa). Smedley voelde zich duidelijk in een hoek gemanoeuvreerd toen hij de gewraakte mededeling moest doen en deed nauwelijks zijn best om de teamorder te verhullen. Zijn uitspraken in het verdere verloop van de race – waaronder de lof voor Massa, die volgens de Yorkshireman ‘magnanimous’ (ruimhartig) was in het opgeven van de overwinning – maakten het alleen maar erger voor de Scuderia.
Je kunt je sowieso afvragen in hoeverre Ferrari dit scenario van tevoren had doorgesproken. Er zijn talloze manieren om op een chique manier teamorders te verhullen, een remfout bijvoorbeeld, maar Massa koos er feitelijk voor om de teamleiding in zijn hemd te zetten. Met twee auto’s in de topdrie na de kwalificatie – en Massa aan de schone kant van de baan op de startopstelling – had Ferrari dit kunnen zien aankomen. Waarom dan wachten tot tijdens de race? Dit is geen kwestie om nog eens over te gaan ruziën op de pitmuur. Hadden ze soms gedacht dat Alonso zijn teamgenoot met net zo veel boter en suiker zou inmaken als in de kwalificatie, zoals het hele seizoen al gebeurt? Of was de zaak wél vooraf doorgesproken, maar hadden Smedley en Massa besloten om te gaan muiten? De contractverlenging tot 2012 is immers net binnen. Wat staat er eigenlijk in Massa’s huidige contract? In de komende dagen zal ongetwijfeld duidelijk worden of het team steken liet vallen of dat Massa en Smedley insubordinatie pleegden.
Teamorderverbod bron van ellende
Het hele geval laat in ieder geval zien dat twee toppers in één team onherroepelijk tot problemen leiden. Alleen al dit seizoen stapelen de voorbeelden zich op. Bij Red Bull ging het al verschrikkelijk mis,
McLaren wist een rel ternauwernood te omzeilen doordat alle media-aandacht naar de Turkse Red Bull-rel ging. Nu Ferrari eindelijk een auto heeft die kan strijden om de overwinning, gaat het ook daar meteen in de eerste race mis. Dat het bij Mercedes nog niet de spuigaten uitloopt, is puur te ‘danken’ aan de matige prestaties van het team.
Zolang het teamorderverbod bestaat, zullen deze situaties de kop op blijven steken. Met grote kans op een slechte afloop, of je nu wel of niet voor teamorders kiest. Laat twee tot op het bot competititieve geesten het onderling uitvechten en je loopt de kans dat ze elkaar van de baan rijden, ten koste van 43 waardevolle punten voor het team. Zo aan elkaar gewaagd zijn de koppeltjes Webber-Vettel, Button-Hamilton en Alonso-Massa. Koppel dat aan auto’s waarin het heel moeilijk inhalen is, zeker als ze identiek zijn, en het script voor een rampscenario kan uit de kast. Je teamgenoot verslaan in de kwalificatie is immers één ding, in de race kom je er niet zomaar langs. Vraag maar aan Alonso, die in
Australië achter Massa bungelde in een snellere Ferrari, maar zonder mogelijkheid om te passeren. Tegelijk is je teamgenoot wél je grootste rivaal. Kan het nog frustrerender?
Een ander concept van eer
Maar kies je wel voor een nummer één, dan beschuldigt iedereen je meteen van oneerlijkheid, nog los van de straf die je boven het hoofd hangt als het kan worden bewezen. Ook duikt er dan altijd een veelgehoord argument op: als die nummer één zo goed is, dan kan hij het ook wel zonder hulp af. Wel, zelfs de grootste kampioenen konden niet zonder hulp.
Mike Hawthorn werd in 1958 wereldkampioen dankzij teamorders. Voor John Surtees gold in 1964 hetzelfde. Peter Collins, die in 1956 zelf nog een geringe kans op de titel had, gaf op Monza halverwege de race zijn auto aan teamleider Fangio, om die zo zijn kampioenschap veilig te laten stellen. Toevallig allemaal in een Ferrari? Jawel, inderdaad, maar dat was omdat Ferrari destijds nu eenmaal vrij geregeld de beste auto had. (De bewering dat Enzo Ferrari zich in zijn graf zou omdraaien, gaat dus niet op. De man dacht alleen maar aan het teambelang, net als Domenicali nu.) Sterker nog, de coureurs die daardoor aan het kortste eind trokken – Stirling Moss, Jim Clark, Graham Hill – hadden er stuk voor stuk begrip voor en vonden dat Hawthorn en Surtees hun titel verdienden. Peter Collins zei in het korte leven dat hem na zijn grote gebaar nog restte, dat hij er geen moment spijt van had. Een concept dat blijkbaar niet meer aan het grote publiek van vandaag is besteed, en blijkbaar ook niet aan F1-coureurs en -volgers met een andere definitie van eer dan die een halve eeuw geleden gebruikelijk was.
Publiekslievelingen
Na Oostenrijk 2002 voelde het grote publiek zich met name beroofd omdat het vond dat Barrichello was beroofd. Bij Massa kwam hetzelfde sentiment naar boven. Barrichello en Massa hadden niet alleen de zege verdiend omdat ze een keer sneller waren dan Schumacher en Alonso, maar er werd ook getreurd omdat Ferrari zo’n mooi gebaar had kunnen maken. Het had Barrichello met een overwinning kunnen bedanken voor al zijn jaren van gedienstigheid, voor Massa was het zo mooi geweest als hij precies een jaar na zijn onfortuinlijke ongeval in Hongarije zijn comeback had kunnen vieren op de hoogste trede van het podium. Het grote publiek was een mooi verhaal ontnomen. De emotie mocht niet winnen. Harde, calculerende beslissingen zijn nooit populair.
Teamorders met een emotioneel prettig effect staan daarentegen zelden aan dezelfde kritiek bloot, integendeel. Zo kregen Gerhard Berger en Riccardo Patrese ooit de zege cadeau in de (voor)laatste race van een kampioenschap dat al was gewonnen door hun nummer één, respectievelijk Ayrton Senna en Nelson Piquet. Een coureur die niet meer zijn volle best doet en zijn teamgenoot een hogere klassering in het WK gunt, is dat geen competitievervalsing? Blijkbaar niet, want Berger en Patrese vonden we aardige jongens. Die het was gegund. Om dit soort willekeur te vermijden, is het nuttig om het teamorderverbod met ingang van 2011 af te schaffen en te accepteren dat F1 een teamsport is. Laten we daarna nog eens een discussie voeren over eerlijkheid en eer.
Foto's: triplefivechina, ph-stop